Spring naar content

1. SDBN vs. X Corp: voorlopig niet ontvankelijkheid

De rechtbank Amsterdam oordeelde dat Stichting Data Bescherming Nederland (SDBN) op basis van de huidige stand van de procedure vooralsnog niet ontvankelijk is in haar collectieve vorderingen tegen X Corp. SDBN stelt dat X persoonsgegevens van miljoenen Nederlandse gebruikers heeft verzameld en gedeeld met derden voor gepersonaliseerde advertenties. De rechtbank benadrukt dat zij in deze fase nog geen inhoudelijk oordeel geeft. Eerst moet vaststaan of deze collectieve actie aan de WAMCA-eisen voldoet.

Dat SDBN niet ontvankelijk is ligt aan twee fundamentele problemen.

  • Onvoldoende representativiteit
    SDBN zegt op te komen voor een groep die in de praktijk ongeveer samenvalt met vrijwel alle Nederlandse smartphonegebruikers in ‘de relevante periode’, ongeveer 11 miljoen mensen. Daartegenover stonden ongeveer 11.000 aanmeldingen via de website van de stichting. Dat vond de rechtbank, afgezet tegen de omvang van de gestelde groep, te weinig om te spreken van een voldoende echte en niet te verwaarlozen achterban.
  • Belangen zijn onvoldoende gelijksoortig voor bundeling
    Volgens de rechtbank lenen de vorderingen zich daarnaast niet goed voor één collectieve procedure, omdat de feiten sterk uiteenlopen. Het gaat om meer dan 30.000 apps, met verschillen in dataverzameling, toestemmingsmechanismen en mogelijke impact op individuele gebruikers. Daardoor kan niet efficiënt worden beoordeeld of sprake was van onrechtmatige gegevensverwerking en schade.

Daarnaast rekent de rechtbank SDBN aan dat de website van de stichting geen volledig juist beeld gaf van de procedure. Volgens de rechtbank werd daar onvoldoende duidelijk gemaakt dat deze zaak zag op schadevergoeding wegens verwerkingen in het verleden en uitsluitend was gericht tegen X Corp, en bijvoorbeeld niet op het afdwingen van toekomstig gedrag.

2. Duitse rechter over auteursrecht op AI-output: prompting alleen is meestal niet genoeg

In een Duitse uitspraak werd, op drie met AI gegenereerde logo’s, auteursrechtelijk bescherming gevorderd. De Duitse rechter wees de vordering af: de betreffende logo’s kwalificeerden niet als auteursrechtelijk beschermde werken van de eiser, omdat onvoldoende bleek van een eigen menselijke creatieve bijdrage die de concrete vormgeving van het resultaat bepaalde.

Wanneer kan AI-output wél beschermd zijn?

De rechtbank formuleert hier een belangrijke maatstaf. Auteursrechtelijke bescherming is denkbaar als er sprake is van menselijke creatieve invloed op de vormgeving van het concrete werk zelf. Daarbij worden ‘voldoende individuele instellingen bij het programmeren van het totstandkomingsproces van het specifieke voortbrengsel, eventueel in combinatie met een selectieproces tussen meerdere gegenereerde resultaten’ door de rechter genoemd. De menselijke input moet het uiteindelijke resultaat bovendien objectief en duidelijk identificeerbaar hebben gevormd. De creatieve elementen in het prompten moeten het eindresultaat dus echt bepalen.

Met andere woorden: AI-output kan in beginsel wel beschermd zijn, maar dan moet zichtbaar zijn dat het eindwerk in zijn concrete vorm terug te voeren is op vrije en creatieve keuzes van een mens en niet hoofdzakelijk op de autonome generatieve keuzes van het model.

Wanneer juist niet?

De rechter is minstens zo duidelijk over wanneer auteursrechtelijke bescherming niet voor de hand ligt. Algemeneinstructies zoals “The design should be modern, minimal, and distinctly original” zijn volgens de rechter te algemeen en zeggen te weinig over het concrete uiterlijk van de output. Dit zijn meer prompts van technische en ambachtelijke aard: in ieder geval niet creatief. Deze prompts zouden immers kunnen zorgen voor wel duizenden outputs.

Ook interessant: de rechter hecht geen waarde aan de tijdinvestering door de maker aan een AI-werk. Het auteursrecht beloont immers geen tijdsbesteding of inspanning maar het resultaat van menselijke creativiteit

Relevantie voor Nederland

Het gaat hier om een Duitse uitspraak, dus niet om bindende Nederlandse rechtspraak. Toch is zij ook voor Nederland relevant, gezien het gaat om geharmoniseerde EU-wetgeving. Ook in Nederland zal de kernvraag waarschijnlijk zijn of het concrete eindresultaat voldoende door menselijke creatieve keuzes is gevormd. Dat maakt deze uitspraak een nuttige aanwijzing voor hoe rechters in Europa naar AI-gegenereerde werken kunnen kijken.

De les is helder: creativiteit zit juridisch niet snel in het prompten alleen, maar eerder in de menselijke bewerking, creatieve regie en concrete vormgevende keuzes die zichtbaar doorwerken in het eindresultaat. Wie AI inzet voor logo’s, visuals of campagne-assets, doet er dus goed aan om niet alleen prompts te bewaren, maar vooral ook vast te leggen welke creatieve keuzes mensen zelf hebben gemaakt in selectie, compositie, nabewerking en uitwerking. Die stappen kunnen later relevant zijn voor de vraag of er auteursrecht ontstaat en bij wie dat dan ligt.

Legal advies nodig?
Ben je lid van DDMA en heb je legal vragen? Neem dan contact op met onze Legal Counsels via legal@ddma.nl.

Allisha Hosli

Legal Counsel

Ook interessant

Lees meer
AI Act |

Uitspraken van de maand | maart 2026

Elke maand lichten we actuele juridische uitspraken uit die relevant zijn voor marketeers, dataspecialisten en privacyprofessionals. In deze editie van Uitspraken van de maand: een uitspraak over de ontvankelijkheid van…
Lees meer
AI Act |

Juridisch veilige AI-agents: dit moet je weten

AI-agents en agentic AI zijn in 2026 realiteit. Er is een verschuiving van systemen die ondersteunen naar systemen die namens ons handelen. In deze nieuwe dynamiek spreekt men zelfs van…
Lees meer
Artificial Intelligence |

Podcast Shaping the Future: “Zonder experimenteren vaar je blind”

We praten al jaren over datagedreven marketing, maar écht leren van je klant vraagt meer dan staren naar dashboards. In deze aflevering van DDMA Shaping the Future spreken we over…