Overzicht Actueel

Opiniestuk Diana Janssen: Nieuw kabinet zal burgers meer privacybewust moeten maken

Diana Janssen fedma

Diana Janssen, directeur van DDMA heeft in een ingezonden stuk in Trouw het nieuwe kabinet opgeroepen om te investeren in het privacy bewustzijn van burgers. Hieronder vind je de tekst van het stuk. En hier kun je het online bekijken.

De aanstaande regering moet investeren in het privacy-bewustzijn van burgers. Niet door meer wetten en regels op te stellen, maar door voorlichting te geven en lessen over data, privacy en cybersecurity op scholen te stimuleren.

Het gebruik van data in de samenleving neemt toe. Met de snelle opkomst van slimme, zelflerende apparaten zal die hoeveelheid data de komende jaren alleen maar blijven stijgen. Het is daarom cruciaal dat burgers de risico’s en de waarde van hun persoonsgegevens kennen. Mensen kunnen van het gemak van allerlei technologische diensten profiteren, maar moeten ook beseffen dat zij in ruil daarvoor data ter beschikking stellen. Met het delen van eigen informatie is niets mis als mensen daar tenminste goed geïnformeerd voor kiezen.

Dat is nu niet altijd het geval. Uit het meest recente DDMA Privacy Onderzoek blijkt dat mensen zich steeds meer zorgen maken over hun privacy, maar daar niet naar handelen. Er is sprake van een privacy-paradox: apps die we het minst vertrouwen, zoals bepaalde social media, gebruiken we juist het meest. Ook klikt bijna iedereen cookiemeldingen gedachteloos weg, zonder echt te weten waar hij toestemming voor geeft. Een privacy-bewuste burger weet aan wie hij zijn gegevens toevertrouwt en waarom. Dat is niet alleen van belang voor hemzelf – ook het bedrijfsleven heeft baat bij klanten die de waarde inzien van hun eigen data. Pas dan ontstaat er een duurzame data-economie, waarvan iedereen profiteert.

Daarom pleiten we er als DDMA voor dat de overheid meer doet aan voorlichting en bewustwordingscampagnes. Met een aanpak die zich richt op specifieke groepen is veel te winnen. Ouderen hebben gemiddeld vaker privacy-zorgen dan andere groepen, maar weten vaak niet goed hoe zij meer grip kunnen krijgen op welke data ze wel en niet delen. Bij deze groep zien we dat training in digitale vaardigheden grote toegevoegde waarde kan hebben. Jongeren kennen de weg in de digitale wereld juist uitstekend, maar zij maken zich meestal weinig zorgen om hun privacy. Voor hen zouden lessen over data, privacy en cybersecurity op school weer erg nuttig zijn. Dit is goed te combineren met bijvoorbeeld de programmeerlessen waar op dit moment over wordt gesproken. Ook zie ik veel in een speciale bewustwordingsweek over privacy, vergelijkbaar met de Week van de Mediawijsheid.

Uiteraard dragen we als brancheorganisatie ook bij. Wij stimuleren bedrijven transparant over hun datagebruik te zijn. We vinden dat elke organisatie duidelijk moet laten zien met welk doel en vanuit welke visie persoonsgegevens worden verzameld en gebruikt, en welke voordelen mensen daarvan hebben. Dat betekent ook dat bedrijven geen gegevens verzamelen ‘om het verzamelen.’ Is het bijvoorbeeld nodig dat een app toegang vraagt tot data en functies op je smartphone, zonder dat dit direct bijdraagt aan het doel van de applicatie?

Het is moeilijk te begrijpen dat politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s en -campagnes amper aandacht hebben besteed aan data, privacy en cybersecurity. Bovendien heeft de overheid de afgelopen jaren vooral nieuwe wetgeving opgesteld, in plaats van zich te bekommeren om de digitale vaardigheden van burgers. Burgers weten vaak nu al niet wat hun wettelijke rechten zijn, blijkt uit het eerdergenoemde onderzoek. Daardoor schieten veel wetten hun doel voorbij. De aankomende Europese privacywet (de Algemene Verordening Gegevensbescherming, AVG) is daar een duidelijk voorbeeld van. Deze wet geeft burgers meer controle over hun persoonlijke gegevens en dat is goed nieuws. Maar er is niemand die mensen vertelt hoe ze met die controle om moeten gaan. Dat moet anders. Met alleen regels ben je er niet: het nieuwe kabinet moet volop investeren in het privacy-bewustzijn van Nederlanders.