Overzicht Actueel

Rechter vernietigt AP-boete gerechtvaardigd belang voor VoetbalTV

Op 16 juli 2020 viel bij VoetbalTV een boete van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) van € 575.000,- op de spreekwoordelijke deurmat. De AP vond namelijk dat VoetbalTV onrechtmatig persoonsgegevens had verwerkt. VoetbalTV ging tegen dit besluit in beroep bij de bestuursrechter. En met succes: de rechtbank stelde VoetbalTV in het gelijk en vernietigde de boete.

Achtergrond
VoetbalTV is een videoplatform voor het amateurvoetbal. Ze maken in opdracht van voetbalclubs opnames van wedstrijden in het amateurvoetbal. Op het VoetbalTV-platform kunnen voetballers voetbalmomenten terugkijken, wedstrijden analyseren, downloaden en delen met vrienden en familie. Een eigen redactie van VoetbalTV verzamelt verder ‘highlights’ zoals doelpunten en kansen. Daarnaast kunnen trainers/analisten gebruik maken van een analysetool. De opnamen zijn persoonsgegevens, waardoor de AP bevoegd is om te beoordelen of VoetbalTV die gegevens rechtmatig verwerkte.

De AP oordeelde in juli dat er geen geldige grondslag was voor het opnemen en uitzenden van amateurwedstrijden, omdat het commerciële belang van VoetbalTV om de opnamen te maken niet gerechtvaardigd was. De boete was niet zonder gevolgen: op 11 september van dit jaar vroeg VoetbalTV faillissement aan.

Normuitleg gerechtvaardigd belang
In november vorig jaar publiceerde de AP een zogenaamde normuitleg over het gerechtvaardigd belang. Zij stelden dat het enkel dienen van zuiver commerciële belangen en winstmaximalisatie niet kwalificeert als gerechtvaardigd belang. Ook stelt de toezichthouder dat een gerechtvaardigd belang genoemd moet worden in de wet. Deze uitleg leidde tot veel kritiek vanuit het bedrijfsleven en academici, die stelden dat het om een onjuiste uitleg van de AVG ging. Ook DDMA was het oneens met deze interpretatie van de AP. Door zuiver commerciële belangen bij voorbaat uit te sluiten, komen organisaties niet toe aan de belangenafweging waar de grondslag gerechtvaardigd belang op gestoeld is.

Deze uitleg van de AP over de grondslag gerechtvaardigd belang vormde de basis van het boetebesluit richting VoetbalTV. Op 23 november 2020 deed de rechtbank Midden Nederland uitspraak. Samengevat komt de rechtbank nu tot de conclusie dat de interpretatie van de AP van het begrip ‘gerechtvaardigd belang’ een onjuiste uitleg van de AVG is.

Uitspraak rechtbank
Dat een gerechtvaardigd belang altijd in de wet moet zijn opgenomen is volgens de rechtbank onjuist. Hiervoor wordt verwezen naar eerdere Europese rechtspraak, conclusies van de advocaat-generaal en de opinie van de WP29 (nu EDPB). Een verwerking van persoonsgegevens mag uiteraard niet in strijd zijn met het recht, maar beperkt zich dus niet tot wat wél expliciet is toegestaan in de wet. Het gerechtvaardigd belang bepaalt een organisatie zelf, en deze moet daar feitelijk naar handelen. Ze halen daarnaast de conclusie van de advocaat-generaal uit het Fashion ID arrest aan dat het begrip gerechtvaardigd belang “tamelijk flexibel en open van aard” is en “mits op wettig, bestaat er geen type belang dat per se uitgesloten is”.

Of VoetbalTV wel tot een goede afweging is gekomen van het gerechtvaardigd belang wordt in deze zaak niet besproken. Omdat de AP nooit is toegekomen aan de toets van subsidiariteit en proportionaliteit, worden ook die afwegingen niet door de rechter beoordeeld. De bestuursrechter toetst alleen of de AP een goed gemotiveerd besluit nam.

Betekenis besluit voor data-driven marketing
Het boetebesluit is niet zorgvuldig genomen en in strijd met het bestuursrecht. De rechtbank vernietigt het boetebesluit en veroordeelt de AP in de door VoetbalTV gemaakte proceskosten. Het is nog niet duidelijk of de AP in beroep gaat bij de Raad van State.

Voor de data-driven marketingsector is dit oordeel van de rechtbank erg belangrijk. Direct marketing en het beschikbaar maken van data voor direct marketing zijn per definitie zuiver commerciële verwerkingen. Het uitsluiten van deze verwerkingen voor de grondslag gerechtvaardigd belang zou grote gevolgen hebben voor onze sector. DDMA is uiteraard niet van oordeel dat alles wat commercieel is zomaar moet kunnen op grond van het gerechtvaardigd belang. Wel vinden we dat het per geval beoordeeld moet kunnen worden door een zorgvuldige afweging van een verwerkingsverantwoordelijke. Het is aan de toezichthouder om te toetsen of die belangenafweging zorgvuldig gemaakt is, niet om een waardeoordeel te geven over welke belangen gerechtvaardigd zijn en welke niet.