Overzicht Actueel

Hoe data armoede verdrijft (en andere succesverhalen)

Diana Janssen

Laatst was ik in Singapore om samen met data-brancheorganisaties van over de hele wereld ervaringen en succesverhalen uit te wisselen. Er kwam veel moois voorbij: armoede wordt dankzij data teruggedrongen, The Economist heeft met data-gedreven marketing de weg omhoog weer gevonden en ook de voedselindustrie heeft het licht gezien. Graag deel ik een aantal van deze voorbeelden met jullie.

1. De armoede verlaten dankzij data in Argentinië

Hoewel Argentinië relatief welvarend is voor Zuid-Amerikaanse begrippen, is er een vrij grote groep die in armoede leeft, vertelde mijn Argentijnse collega Mary Teahan van AMDIA. Deze arme onderkant heeft geen toegang tot financiële systemen. Ze hebben geen bankpas, geen creditcard en geen spaarrekening. Alles gaat met cash. Banken zijn simpelweg te duur voor hen. Ze kunnen daardoor ook geen lening krijgen om een bedrijfje op te zetten en zo uit de armoede te komen. Deze groep bevond zich tot voor kort in een uitzichtloze positie.

De oplossing kwam vorig jaar: een data-gedreven peer-to-peer platform voor microkredieten. Een groot aantal investeerders (waarvan het grootste deel ‘gewone’ burgers) stelt via het platform geld beschikbaar. Dit wordt in kleine stukjes opgedeeld en als lening ter beschikking gesteld, waardoor het risico voor de investeerders laag is. Mensen die geen toegang hebben tot het reguliere financiële systeem, krijgen hierdoor de kans om geld te lenen en zo uit de armoedeval te komen.

2. Hoe The Economist zijn oplage verhoogde met data-driven marketing

Dichter bij huis deelde mijn collega Chris Combemale van de DMA UK een interessante case van The Economist. Een aantal jaar geleden kreeg het magazine er amper nog nieuwe abonnees en lezers bij. Bij jonge mensen heerste het beeld van een saai en intellectueel blad, dat niet voor hen bedoeld was. Zodoende kwamen zij niet in contact met Economist-artikelen, zelfs niet met de stukken die voor hen wél interessant zouden zijn. De prijswinnende ‘Raising eyebrows and subscriptions’-campagne bracht daar verandering in.

Het voornaamste doel van de campagne: een nieuw publiek artikelen laten lezen. Door op basis van data en interesses bepaalde artikelen aan de juiste mensen te laten zien via onder meer Facebook, werd het eerste contact met potentiële abonnees gelegd. Met succes, want in plaats van de beoogde 650.000 nieuwe prospects werden meer dan 3,5 miljoen mensen bereikt. Dit bereik zorgde ervoor dat de perceptie van The Economist veranderde en leidde bovendien tot 15 miljoen euro aan nieuwe abonnees. Zonder data-driven marketing hadden deze abonnees nooit geweten wat The Economist hun te bieden heeft.

3. Meer transparantie in de Australische voedselindustrie

Een paar jaar geleden stortte de Australische markt voor ingeblikt voedsel in, nadat geïnfecteerd bevroren fruit een grote hepatitis-uitbraak had veroorzaakt. SPC, zeg maar de Australische Hak, was genoodzaakt zichzelf opnieuw uit te vinden. De hepatitis-uitbraak had er voor gezorgd dat mensen veel beter wilden weten waar hun voedsel vandaan komt. SPC kon niets anders dan op die behoefte inspelen. En dat deden ze op een hele slimme manier, aldus mijn Australische collega Richard Harris.

Door een nieuwe data-gedreven aanpak kan het bedrijf inmiddels precies zien waar elk product vandaan komt. Deze informatie wordt op verschillende manieren gedeeld met consumenten. Op elk blik staat een foto van de familie die de groente heeft verbouwd en online kunnen mensen video’s bekijken waarin die families het productieproces laten zien. SPC maakt op deze manier natuurlijk slim gebruik van het positieve gevoel dat veel stadse Australiërs bij het boerenleven hebben. Maar tegelijkertijd is het vooral mooi dat iedereen kan achterhalen wat er precies op zijn bord ligt. Een perfect voorbeeld van hoe data en creativiteit elkaar succesvol kunnen versterken.